Docent, kunstgeschiedenis academie Minerva - Groningen

Zeer gewaardeerde aanwezigen,

 Zou je een betere toegang kunnen wensen tot de "Heilige wereld" dan met zulke heerlijke fluitmuziek als Shafagh zojuist liet horen? Het eerste lied, Gabháje Talaie - de titel betekent “gouden dromen”, zet de toon voor mijmeringen over en herinneringen aan Iran zoals in het hier getoonde verbeeld worden.Hetzelfde geldt voor Pishdaramád Isfahan, de inleiding op de Isfahan, een uitvoerig muzikaal werk, met de naam van een grote stad in Perzië.Geluid en kleurenpracht vullen elkaar hierbij aan en verplaatsen ons in die Gedroomde wereld van nostalgie die, positiever dan een slechts ziekmakend heimwee, voor Masoud Gharibi de basis en inspiratiebron vormt voor zijn creativiteit.Ik zie dan ook met een even groot verlangen als u uit naar het moment dat mijn inleiding beëindigt en wij nog een keer worden getrakteerd op het spel van deze lieve fluitspeelster.

De omlijsting van mijn verhaal door het fluitspel van Shafagh kan voor de opmerkende kijker een parallel opleveren met een door Masoud gehanteerde beeldopbouw.Immers, in veel van zijn werken vormt Iraanse kalligrafische schrift een abstracte omlijsting van de voorstelling.Zo kunt u in het hier achter mij hangendewerk, 'Het verhaal van de schepping' dat ook de uitno­digingskaart siert, de tekst van een gedicht zien als raamwerk voor een herinneringsbeeld.De beginwoorden van dit gedicht, die hij meermalen gebruikt vertolken hoe hij zijn plaats in het leven en in deze wereld ondergaat:“De deur was open, maar het was ver...”. Ver in tijd en ver in onbereikbaarheid de verzuchting van terugverlangen naar verloren geluk, verloren kleur en verloren wortels.

Twee aspecten die m.i. van belang zijn voor het juiste ondergaan van het werk van Masoud kunnen we aan de hand van dit schilde, ‘Het verhaal van de schepping’, vaststellen.

In de eerste plaats is hier sprake van een vormentaal die zich laat voeden door de overoude tradities van de Perzische volken.Een overeenkomst met de miniatuurkunst zien we in een gelijkwaardig behandelen van beeld en tekst.De abstrahering van de vissen en de zon, het rund, het water en de bergen, die tot platte vlakken wortelt in de eeuwenoude decoratieve bena­dering van pottenbakkers en wevers; de contourlijn van de grote koe die de zon op de horens draagt, roept de 3000 jaar oude Noord-Iraanse Amlash cultuur in herinnering. Steenbokken elders in de tentoonstelling doen nu eens aan de schilderingen op 5000 jaar oud aardewerk uit Susa en dan weer aan oeroude Luristanbronzen denken.Maar deze eerbiedwaardige oerklanken worden bij Masoud tot nieuw leven gewekt en worden tot een rijpe, persoonlijk doorleefde en herschikte beeldtaal gesmeed."De deur was open, maar het was ver weg .Telkens klinkt deze gedachte als een echo in het werk door.

Naast de van traditie verzadigde vormentaal verdient ook het inhoudelijke aspect de aandacht en dan met name de wijze waarop Masoud de symbolische waarden hanteert die hij aan zijn voorstellingen meegeeft.  Hij schrijft de toeschouwer niet voor hoe een vaststaand repertoire aan symbolen gelezen moet worden wil het kunstwerk 'begrepen' worden.Nadrukkelijk stelt hij dat het er niet toe doet of men de betekenis kent; de kracht van de symbolen moet die sfeer oproepen die iedereen kan onderdaan als 'heilig' in de meest oorspronkelijke betekenis van het woord, nl.'afgezonderd '...

Want zijn drijfveer is niet de oeroude symbolen te verbeelden om zo een interessant exotisch element te brengen in de westerse wereld waarin hij nu leeft! Hij wil de schoonheid van de kleur en de door traditie geladen vormen inzetten tegen het lelijke en kleurloze van onze alle­daagse leefwereld.Daarin moeten de beelden voor zich spreken.

Maar het herkennen van de symbolen kan de toegankelijkheid van de hier getoonde schilderijen vergroten en al is het dan ook met de grootste voorzichtigheid, toch wil ik in dit opzicht wel uw 'blikopener' zijn.

Het schrift bestaat in sommige werken uit een zuiver decoratief abákadabra, een op ritme en herhaling gebaseerde rangschikking van letters en woordfragmenten; in andere schilderijen is de tekst van een dichtwerk als beeldelement opgenomen.U kunt daarvoor vergelijken de in een cluster gehangen 'Bedevaart l' waarin de tekens decoratief zijn gebruikt en 'Bedevaart 3' met de tekst van een gedicht waarvan de eerste regel luidt: "de bladen van mijn levensboek zijn gebonden in zonlicht".

Een boogvorm rond de voorstelling mag u herinneren aan de regel “De deur was open  ...” en wil u introduceren in de "heilige wereld" van overoude maar nog altijd levenskrachtige schoonheid der symbolen .

Centraal staat daarin de levensboom die in alle culturen der mensheid een belangrijke plaats ingenomen heeft en in het hart van de omsloten hof in de heilige grond onwrikbaar wortelt.

Wachters van verschillende pluimage flankeren deze boom, al naar hun aard symbolen voor het water of het vuur, elkaars eeuwige antipoden.

Het water kan worden gesymboliseerd door de golflijn, door de vis of de maan, zoals in het schilderij 'Melkweg' of Bedevaart 2', maar ook door de steenbok, wiens horens de kromming van de maansikkel in herinnering roepen, en die in tal van werken wordt gegeven.Zien we de steenbok afgebeeld met de maan of bij het water, dan zien we een kosmische harmonie, zeker waar de spiraal van waterkringen de oneindige uitbreiding van het beeld en zo het heelal, de onbegrensde geldigheid ervan aangeeft.

Vuur wordt gesymboliseerd door de zon die zowel in de ronde vorm voorkomt als in de vorm van twee overlappende vierkanten waarvan het ene de draaiende beweging van de andere aan­duidt.Waar deze zonnefiguur ontstaat uit de staarten van twee pauwen (zoals in ‘Bewakers van de levensboom’) is ook de directe associatie van deze veelvuldig uitgebeelde vogel met het vuur, de zon, helder.Zien we dan in 'Bedevaart 4' een pauw en een boom afgebeeld op bergen terwijl de 'deur' zicht geeft op een zon boven de spiraal van het heelal, dan laat dit beeld een samenstel van harmoniërende symbolen zien.

Als we nu de schildering 'Het verhaal van de schepping' nog eens bekijken dan zien we dat hier de zon op de horens genomen wordt door de koe (vanwege de horens het maansymbool) die gedragen wordt door in het water zwemmende vissen, alles tegen een nachtelijk donker berglandschap.... een conflict tussen zon (vuur) en maan (water), tussen licht en duister. Water is in het Perzische land altijd een kostbaar goed geweest, de bron van leven en vrucht­baarheid. In streken waar de zomerzon brandt en dorstige dorre droogte veroorzaakt is het elementaire gevecht om het water een strijd op leven en dood. Maar naast het levensbedreigende kent men de zon ook leegschenkende kwaliteiten toe, waar het licht in samenwerking met het water de aanwezige kiemkracht activeert.Deze positieve zijde wordt belicht in het schilderij 'Zonneëi', waar de zon boven een landschap staat met een boom en een vogel die de in het watervlak Gespiegelde zon bebroedt als ei, dus als het levensprincipe.

Met deze 'uitleg' van tekens hoop ik u een handvat gegeven te hebben om de werken te be­kijken, zonder u daarmee een allesomvattende verklaring te willen geven.  Gaat u zelf op onderzoek, weeg de waarde van de gegeven symbolen, maar bovenal: geniet van de "heilige wereld" waarin u wordt binnen gevoerd.

Zo zien we in het werk van de kunstenaar grote belangstelling voor een ver verleden als inspiratie voor hedendaagse vormgeving.Masoud brengt de vitale oersymbolen vanuit de Perzische wereld over naar de onze.Hij verlicht met zijn kleuren de grauwheid van het dagelijkse bestaan en geeft onze grofstoffelijke, vervlakte wereld een spirituele impuls door het leggen van contact met de "Heilige Wereld" van zijn volk.

 U verlangt zeker zo sterk als ik naar het fluitspel van Shafagh.Zij zal nog twee nummers voor u spelen.Het eerste, Mára béboes " Kus mij", is een lied van een gevangene die aan zijn dochter een afscheidsbrief schrijft in de nacht voor hij geëxecuteerd zal worden; een her­innering aan de omstandigheden waarvoor mensen uit Iran gevlucht zijn; ten slotte speelt Shafagh voor ons Ghetéhe Armani, een volksmuziekthema van het Armeense volk in Iran.Rest mij nog de kunstenaar van harte succes te wensen met deze expositie, onze gast­vrouw Wilma Mencke te complimenteren met het realiseren van de tentoonstelling en na de muzikale afsluiting verklaar ik dan deze "Heilige Wereld" met veel genoegen voor geopend Ik dank u.

 Johan Jong

Groningen, Albion Putti

6 december 1997